Willy Wissink: meer dan 50 jaar sportmasseur
OLDENZAAL – Een wielervereniging met een rijke geschiedenis kent leden met een verhaal. Een renner- of begeleidersverhaal, maar allemaal met dezelfde connectie: de wielrennerij. Willy Wissink, al jaar en dag betrokken bij OWC; al meer dan 50 jaar sportmasseur!
“Willy Wissink, Die-Hard-OWC-er. Al meer dan 55 jaar! We zitten aan de keukentafel. De koffie smaakt goed, het koekje nog beter. Uiteraard gaat het over wielrennen. What else! We halen verhalen op uit de oude doos en voegen er nieuwe aan toe, voor de nieuwe doos. Een lange tijd heeft Willy geworsteld met lymfeklierkanker. Hij heeft de ziekte gelukkig redelijk onder controle kunnen krijgen. Momenteel heeft hij nog wel behoorlijk veel last van de uiteinden van zijn ledematen. Willy blijft optimistisch.
In 1965 begon Willy met wielrennen. Zijn eerste serieuze kennismaking met de wielersport was de Tour de Junior in het dorpje Achterveld, gelegen in de provincie Utrecht op de grens met Gelderland. Als supporter, samen met Ben Wigger, van broer Ton en Hennie Kuiper. Samen overnachten in een gammel tentje. ‘Heerlijk primitief!!’, maar een bijzondere ervaring. In 1966 was er het Provinciaal Kampioenschap. Willy won glorieus bij de nieuwelingen, voor Hennie Kuiper en Johan Pegge. De carrière van Willy was helaas van korte duur: een fikse valpartij in de Omloop van het Zuiden deed zijn carrière acuut stoppen. Maar gelukkig, Willy was niet verloren voor de sport, want hij heeft nog 18 jaar lang deel uitgemaakt van het bestuur van OWC. Dit heeft geresulteerd in een benoeming tot Erelid in 1984.
Besturen alleen was niet voldoende, want Willy ging masseren. Samen met Johan Grobbe op cursus in september 1970 en het diploma werd behaald in juni 1971. Hennie Kuiper was zijn eerste klant. Misschien beter gezegd: zijn eerste ‘proefkonijn’. Het nut van masseren zit hem vooral in het stimuleren van de doorbloeding, stelt Willy, waardoor afvalstoffen sneller worden afgevoerd en er dus sneller een herstel van de spieren kan optreden. Als masseur heeft Willy veel gezien en veel meegemaakt in de wielersport. Uiteraard heeft hij veel inside-informatie, maar het is logisch dat dat niet met Jan en Alleman kan worden gedeeld. Als je zo lang meegaat in de wielersport, heb je natuurlijk ook vele ontwikkelingen en veranderingen meegemaakt. Vroeger (zeg maar jaren 70, 80) had je een ploegleider, die vrijwel alles regelde en overal de controle op had. Je had een masseur en een mekanieker en dat was het wel zo’n beetje. Nu heeft iedere ploeg een uitgebreide staf aan medewerkers: ploegleiders, een manager, meerdere masseurs (die goed geschoold zijn), meerdere trainers (die zorgen voor allerlei trainingsschema’s), meerdere mecaniciens, een kok en een diëtist. De wielersport is enorm geprofessionaliseerd. Waar vroeger de renners veel meer hun eigen gang konden gaan, vrijwel alles op eigen houtje deden, worden nu via computer en fietscomputers alle data verzameld en gecheckt en besproken met de trainers en de renners. Dit heeft de nodige voordelen, maar de renners worden aldus ook wel in een keurslijf geduwd, aldus Willy. Dat niet iedereen hier goed mee kan omgaan zie je o.a. terug bij Dumoulin, Marcel Kittel en bij enkele renners van DSM. Willy onderwijst dat je er nog wel voor moet zorgen, dat renners eigen keuzes kunnen blijven maken. Maak er geen robots van, aldus Willy.
Het masseren heeft Willy veel gebracht: vele contacten met renners en ploegleiders. Willy is ook in vele landen geweest; Frankrijk (de Tour), Spanje (de Vuelta) en Italië (de Giro) natuurlijk, en verder vrijwel in alle landen van Europa, behalve Noorwegen, maar ook ver weg gelegen landen als Venezuela, Qatar, Cuba, Zweden, Frans-Guyana staan in zijn paspoort vermeld. Een hele belevenis, aldus Willy, om in deze “vreemde landen” te zijn geweest. Je ziet een hele andere cultuur, veelal een prachtige natuur en bijzondere steden. Dat zijn allemaal pluspunten, maar er komt wel hard werken bij, vaak tot ’s avonds laat en ’s morgens weer vroeg op. Slaaptekort probeer je de volgende dag, zo goed en zo kwaad als dat gaat, in te halen op de achterbank van het busje. Een nomadenbestaan soms. “Maar ik had het niet willen missen. Masseren en soigneren doe ik nu nog steeds, maar wel op een wat bescheidener schaal, ten dienste van de renners en rensters van OWC. Ik heb veelal een prachtige tijd meegemaakt,” aldus Willy.”
Theo Sleiderink

