Column: ‘Joost’

 In Nieuws | Overig

“Het zal niet de eerste keer zijn en ook niet de laatste, want soms leveren ontmoetingen hilarische verhalen en herinneringen op. Zo ook bij Joost, maar daarover later meer. Zo legden mijn vrouw en ik onlangs aan bij een café in het gerieflijke plaatsje Noorbeek, in het uiterste zuiden van Limburg. We knopen een gesprekje aan met de uitbaatster en in no time blijkt, dat zij ook is geboren in Lemselo. Evenals mijn vrouw. Het werd een bijzondere ontmoeting.

Goed. Terug naar mijn hoofdpersoon: Joost Nijhuis, vooraanstaand lid van de sponsorcommissie van OWC. Joost is geboren op 25 augustus 1981 in De Lutte. Vader van twee nog jonge jongens en getrouwd met Marleen. Woonachtig in Oldenzaal. Na een aantal jaren als financieel adviseur te hebben gewerkt in Enschede, nam hij een volgende stap in zijn carrière: samen met een goede collega/compagnon is hij nu mede-eigenaar van: ’t Raedthuys Financiële Diensten. Hier houdt hij zich voornamelijk bezig met hypotheken.

Sportminnend als Joost al op jonge leeftijd is, start hij als beginnend voetballer bij VVDL. Eerst maar even voetballen, maar later ambieert hij toch de rol van keeper. In deze rol kan hij helemaal zijn ambities kwijt. Keepen blijft hij een flink aantal jaren doen, maar een knieblessure noopt hem om te stoppen met zijn geliefde sport. Gelukkig geen bal overboord, want zijn nieuwe liefde vindt hij in het wielrennen. Eerst voor de lol, maar al gauw wordt het wat serieuzer. Hij koopt zich een mooie fiets en gaat zich melden bij OWC Oldenzaal. Al snel hanteert Joost een belangrijk credo: “Als je lid bent van een club, dan dien je ook wat voor die club te doen.” Als financieel expert is het vervolgens logisch dat hij instapt bij de sponsorcommissie.

Iedere sporter, lid van een club, weet de sponsoring van wezenlijk belang is voor het reilen en zeilen van een club. OWC mag zich verheugen op een flink aantal sponsoren. Ik noem: VIRO, Kock van Benthem, Kuiphuis, de Jong & Laan, Safety Service, Vittoria banden en Heembouw. Hopelijk vergeet ik niemand. Voor het binnenhalen van deze bedrijven en vervolgens onderhouden van deze relaties is de sponsorcommissie in hoofdzaak verantwoordelijk. Het succes van het binnenhalen van sponsoren is vaak afhankelijk van het eigen netwerk van de leden van de sponsorcommissie. Joost benoemd dat zijn eigen netwerk zo langzamerhand wel is ‘uitgeput’. “Dus zou het niet verkeerd zijn dat zich nieuw ‘bloed’ meldt met een uitgebreid netwerk,” aldus Joost.

Als lid van de sponsorcommissie heeft Joost een belangrijk aandeel gehad in het optuigen van de sponsorcommissie. Zo is er een uitgebreid sponsorpakket bedacht. Potentiële sponsorkandidaten kunnen een plek verwerven op de kleding. Hoe groter de tekst, hoe groter de bijdrage. Ook is gerealiseerd dat er borden rondom het clubgebouw komen. Dit heeft ook weer geld opgeleverd. Tevens is er de mogelijkheid gecreëerd dat toertochten gesponsord kunnen worden. Kortom: sponsoren zijn erg belangrijk voor de club en nieuwe sponsoren zijn natuurlijk altijd welkom en belangrijk. P.s. wie nog tips heeft, laat het weten. Met de bijdrages kan korting gegeven worden op aan te schaffen kleding. Het onderhouden van het clubgebouw en wielerbaan is een belangrijke onkostenpost. Toertochten leveren geld op maar kosten ook geld. Meerdere teams, zoals de jeugd, nieuwelingen, junioren en beloftes, dienen financieel ondersteund te worden. Ook de jaarlijkse Ronde van Oldenzaal, de GOW-cross en de veldtoertochten kosten het nodige. Dus mogen we onze sponsoren koesteren en het moge duidelijk zijn dat dankzij deze sponsoren de club nog steeds een goed financieel bestaansrecht heeft.

“Maar wensen zijn er ook,” vervolgt Joost. “Wat goed is neergezet is dat nu meerdere bestuursfuncties dubbel bezet zijn. Dit komt de continuïteit en belastbaarheid van functies ten goede.” Joost geeft aan dat hij graag zou zien dat er een laagdrempelige trainingsavond zou komen voor aspirant wielrenners die dan wegwijs kunnen worden gemaakt in het wielrennen via een soort van ‘buddy’ en/of trainer. Zo geeft Joost zelf aan dat hij zijn eigen weg heeft moeten zoeken als beginnend lid van OWC. Volgens Joost dient dit beter te kunnen. Uitgesproken positief is Joost over de Social Media pagina en website van OWC. “Ziet er zeer verzorgd en duidelijk op,” aldus Joost. Wel benoemen we beiden de wel erg gebrekkige aandacht van de plaatselijke media voor De Ronde van Oldenzaal, de provinciale kampioenschappen in Agelo en de GOW-crossen. We beamen beiden dat dit wel heel erg matig is. Hier ligt dan ook wel een taak voor OWC, om De Tubantia te bewegen voor frequentere reportages en verslaglegging. Ook zou via de Tubantia en de plaatselijke media meer bekendheid besteed moeten worden voor bovengenoemde wedstrijden.

Deelname aan toertochten en veldritten neemt af de laatste jaren, merkt ook Joost op. “Een mogelijke oorzaak hiervan kan zijn dat vooraf al deze tochten al op het internet staan. Fietsers kunnen deze downloaden, op hun Garmin zetten en gaan vervolgens deze rit fietsen als het hun goed uitkomt. Het is een hypothese, maar zou zomaar een waarheid kunnen zijn. Om deze dalende trend om te buigen oppert Joost het volgende idee: “Prop meerdere activiteiten in 1 dag. Dus de toertocht in Teckelenburg met meerdere afstandsmogelijkheden, een gravelrit of veldrit in de nabijheid. Omring dit festijn met meerdere nevenactiviteiten, zoals een BBQ, pastamaaltijd en muziek. Zeer grote kans dat je hierdoor veel meer mensen trekt. Door alles op 1 dag te zetten hoeven vrijwilligers ook maar 1 keer aan te treden. Want het werven van vrijwilligers bij grotere evenementen is vaak een hele klus,” sluit Joost af. Een suggestie die nader overleg en discussie behoeft, beseft ook Joost.

We sluiten af met een leuke anekdote. Terug naar de tweede alinea. Joost vertelt daarin dat hij getrouwd is met Marleen. Hij noemt ook haar achternaam en dat ze afkomstig is uit Albergen. Ik reageer oprecht verbaasd en verwonderlijk. Want haar achternaam roept allerlei herinneringen op bij mij. Ik heb het dan over de roemruchtige jaren tachtig en de KUL periode. Voor wie het niet weet: de KUL was in de jaren zeventig en tachtig een beroemde uitgaansgelegenheid in Denekamp. Ik ken haar grootouders, ben meerdere keren op verjaardagen van haar tantes geweest en ja hoor, ook nog gezoend en geflirt met deze en gene. Het kan verkeren!”

Theo Sleiderink

Recent Posts