Column: ‘Een bijzondere reünie’

 In Nieuws | Overig

“Mijn ‘Bianchi-huppel-de-pup’ moest even naar Hengelo, naar de fietsenmaker. Klein onderhoud was geboden: er was iets loos met de versnelling en met de versnellingskabels. ’s Morgens gebracht, ’s middags alweer gefikst.

Ik had zin in wat lekkers, iets zoetigs. Tegenover de fietsenzaak (en dat weet ik al langer) zit een bekende en goede banketbakker. Ik loop er gauw even naar toe. Ik pak een zak met krentenbollen en een zak met witte bollen, besprenkeld met sesamzaadjes. Mijn ogen vallen ook nog op twee heerlijk uitziende slagroomgebakjes. Die moeten ook maar mee. Kan ik mijn vrouw -en mijzelf- nog mee verassen vanavond, bedenk ik mij snel. Ik wil beginnen met afrekenen en bemerk dat de bakkersvrouw van dienst mij nadrukkelijk aankijkt. Ze wacht nog even en vraagt dan toch maar: “ben jij een wielrenner”? Bescheiden als ik ben, kan ik slechts met een JA antwoorden. “Hoe heet je ook al weer”, vraagt ze vervolgens. Ik kan maar één naam noemen: Sleiderink, Theo Sleiderink. Ik denk meteen: “wat heb ik nu aan mijn klomp hangen”? Ik kijk haar verbaasd aan en bedenk me snel: “wie mag dan toch wel niet deze bijzondere dame zijn die opzichtig meent, mij te moeten kennen”! Erg nieuwsgierig vraag ik natuurlijk haar naam en ze noemt Scheuten. “Ik ben de dochter van Henk Scheuten”. Ik reageer erg verbaasd en heb wat tijd nodig om een en ander te ordenen: Henk Scheuten, ooit eigenaar van een goed lopend verhuiswagen bedrijf in Hengelo. In zijn jonge jaren een meer dan begenadigd amateurwielrenner. Op latere leeftijd: een uitstekende veteraan.

Vele jaren heb ik met hem samen gefietst, aanvankelijk bij de liefhebbers en later bij de veteranen. Ik heb het dan over de jaren tachtig/begin negentig. Ik heb hem gekend als een zeer aimabel mens, makkelijk benaderbaar, correct, slim en zeer handig met zijn fiets. Hij was gezegend met een goede sprint en altijd een neusje voor de juiste ontsnapping. Hij droeg ook iets ondeugends, iets brutaals over zich heen. Op de koers kwam hij altijd samen met vrouw en dochter en niet te vergeten het bekende hondje. Zo’n kefding (beetje onaardig beschreven, maar zo heb ik dat toen beleefd, als ik het mij goed herinner). Zijn vrouw zag er altijd picobello uit. Netjes in de kleren en mooi opgemaakt. Qua stijl en optreden, deed ze mij altijd een beetje denken aan de vrouw van All Bundy. De dochter mocht er ook zijn. Ik schatte haar altijd in als een bovenmodale puber. Wijs voor haar leeftijd, dus.


 “De ziekte pakt je eigenlijk alles af, het dwingt je om bijna overal mee te stoppen.”


In het kort vertelt ze over de laatste jaren van vader (PS: ik wist al dat Henk een paar jaar geleden was overleden en aan Alzheimer heeft geleden). Vader kon helaas zijn laatste jaren niet meer thuis blijven wonen. De Alzheimer had hem ongemeen te pakken en daarom diende hij opgenomen te worden in een verzorgingstehuis. Ze vertelt nog meer: over de dagen dat ze vaak samen op stap gingen op hun beider Harleys. Mooie ritjes hebben ze gemaakt. Vooral in Duitsland, waar vader overal de weg wist. Vader kreeg in de gaten dat er iets mis ging met zijn geheugen, maar dat belette hem niet om in de beginfase van Alzheimer nog ritjes te maken. En dan kon het zomaar gebeuren dat hij de weg naar huis niet meer wist. Dochterlief ook niet, maar door her en de te vragen kwamen ze altijd nog wel thuis. Moeders weer opgelucht. “Maar Alzheimer is onverbiddelijk”, benoemt ze. “De ziekte pakt je eigenlijk alles af, het dwingt je om bijna overal mee te stoppen”: eerst de Harley, toen de auto en op het laatst de weg naar het verzorgingstehuis. Daar is Henk ook overleden. ‘Slechts’ 79 jaar geworden. Ik merk op dat het haar beroerd om dit weer te vertellen. Ik vraag haar hoe oud zij nu is: “54”, antwoordt ze. “Binnenkort 55”. Ik moet even fronsen: ik moet namelijk in mijn herinnering bijna 40 jaar overbruggen. Dat valt even lastig, want ik ken haar vanaf een jaar of 13/14 en nu sta ik voor een volwassen vrouw van 54. Een vreemde en aparte gewaarwording voor mijzelf. We nemen afscheid, maar ik weet zeker dat ik haar zaak nog een keer binnenstap.

Het doet me wel wat, deze bijzondere ontmoeting. En dat blijkt wel de volgende ochtend: ik wordt wakker en heb meteen Henk Scheuten op mijn netvlies. Een man van het type: recht door zee, niet lullen maar poetsen. Nuchter en oprecht, wars van dikdoenerij. Een echte Tukker. De herinnering blijft……………. aan die man met zijn fiets………!”

Theo Sleiderink

Recent Posts