COLUMN: De Wet van Murphy, ook voor Mathieu van der Poel
Bovengenoemde ‘wet’ blijkt dus ook van toepassing te kunnen zijn op het ‘wonderkind’ Mathieu van der Poel. Tot de Olympische Spelen van Tokio van vorig jaar leek alles van een ‘leien dakje’ te kunnen gaan met de carrière van Mathieu. Iedereen zal wel bekend zijn met het beruchte plankje tijdens de mountainbikewedstrijd. Achteraf bleek, dat er waarschijnlijk niet goed en/of onduidelijk was gecommuniceerd, want volgens Vader (= de andere Nederlandse renner) was van der Poel wel verteld dat het plankje was weggehaald, maar Mathieu bleef volharden dat hij niet vooraf op de hoogte was gebracht.
Gevolg van één en ander was, dat Mathieu zwaar is komen te vallen en zijn Olympische droom hierbij in duigen viel. Hij had zich nog wel zo goed voorbereid, hij was zondermeer éé van de topfavorieten op Olympisch goud en dan eindigt alles in een groot drama. Zeer triest natuurlijk. Het veldritseizoen staat voor de deur. Mathieu worstelt nog steeds met vervelende rugklachten. Uiteraard komt hij onder behandeling te staan, maar de behandelingen boden niet het gewenste resultaat. Op 5 januari 2022 besluit hij het veldritseizoen voor bekeken te beschouwen.
Mathieu wijt de rugklachten grotendeels toe aan zijn val tijdens de Olympische wedstrijd in Tokio. In het vroege voorjaar van 2022 zien we Mathieu weer op zijn racefiets verschijnen en ondanks een gebrekkige voorbereiding wint hij alsnog de Ronde van Vlaanderen. Voorwaar een hele grootse prestatie. Een tweetal maanden later staat Mathieu aan de start in de Giro. Hij wint de eerste etappe en rijdt vervolgens nog drie dagen in de roze trui. Na afloop van de Giro krijgt hij ook nog de Prijs voor de Superstrijdlust. Al met al dus een succesvolle Giro.
Maar dan komt de Tour. De openingstijdrit ziet er nog crescendo uit, maar het vervolg is bekend. Er is geen schim meer over van de wielerheld, Mathieu van der Poel. Dagenlang rijdt hij anoniem in de rondte, om in de elfde etappe gedesillusioneerd af te stappen. Na de Tour rijdt Mathieu nog enkele criteriums en daar laat hij het dan ook bij. Hij neemt voor een langere periode rust en pas een goeie maand voor het WK laat hij zich weer zien hoe goed hij eigenlijk wel niet is. Hij wint notabene nog twee semiklassiekers. Vol goede moed reist hij af naar Australië, nog niet beseffende, dat hem daar weer een grote deceptie te wachten staat. Een paar vervelende pubermeiden gooien al ‘hun roet in zijn eten’. Het hele verhaal rondom deze soap is een ieder nu wel bekend. Met de figuurlijke staart tussen zijn benen mag hij alsnog vertrekken uit Australië, een illusie armer en duizend euro armer.
Hoe nu verder: Iedere sporter krijgt te maken met tegenslag. Ook Mathieu. Dat hele gedoe in Australië is de vierde desillusie op rij, in korte tijd, dat Mathieu oploopt. En dat is veel, want na iedere tegenslag moet je je weer oppeppen en revalideren. Je gaat balen na al deze tegenslagen. Hij zal vaak niet te genieten zijn geweest voor zijn naaste omgeving. Immers veel kansen krijg je niet om Olympisch kampioen, dan wel wereldkampioen te worden. Je moet deze teleurstellingen allemaal maar verwerken. Bij Mathieu zijn het er dus vier op een rij in een relatieve korte periode.
Ik hoop nu maar dat hij goede begeleiding krijgt, de dingen weer op een rijtje krijgt en nog steeds tegen zichzelf kan zeggen dat hij een grootse wielrenner is. Gelukkig heeft hij een vader die ook in dit metier heeft verkeerd. En dan mag je van hem hopen en verwachten dat hij Mathieu op de goede ‘weghelft’ houdt.
Theo Sleiderink

