Column: ‘Pepijn’
BORNE – Vanavond staat er een afspraak op mijn agenda in Borne. Even probeer ik het adres in de autonavigatie tevoorschijn te toveren, maar dat blijkt een kansloze missie. Adres onbekend. Ondertussen galmt I Still Haven’t Found What I’m Looking For van U2 door de radio. Meer toeval heb ik vandaag nog niet meegemaakt.
“Gelukkig is er altijd nog Google Maps. Die is wél up-to-date en leidt me feilloos naar mijn bestemming. Ik moet zijn bij Pepijn ter Bekke, geboren in Oldenzaal op 23 maart 1995. Voormalig wielrenner bij OWC Oldenzaal, en bepaald niet zonder talent. Hij doorloopt alle jeugdcategorieën. En wint meerdere wedstrijden. Vervolgens best wel succesvol bij de nieuwelingen en junioren. Dan slaat het noodlot toe: tijdens de Acht van Bladel, ergens in juni, loopt hij bij een zware valpartij een dubbele polsbreuk op, een enkele elleboogbreuk en een zwaar gekneusde andere elleboog. Het jammerlijke begin van het einde van een mooie wielercarrière doet zijn intrede: immers de valpartij vindt plaats in juni en dat betekent meteen: einde seizoen. Een lange periode van revalidatie volgt. Maar de liefde voor de sport is hiermee niet uitgedoofd: zo gauw Pepijn weer voluit mag fietsen, richt hij zijn aandacht op het komende seizoen. Hij gaat er fanatiek tegenaan. Hij traint zich het leplazarus, zit uren op de fiets, maar het frustratiespook doemt helaas ook op: in plaats van dat Pepijn vooruitgang boekt, merkt hij eigenlijk dat hij steeds slechter gaat fietsen. Onderzoeken volgen en dan blijkt hij overtraind te zijn. Weer een fikse teleurstelling. Pepijn neemt rust, maar de lol om het fietsen weer op te pakken neemt zienderogen af. De omgeving ziet echter toch nog wel kansen en hoop en eigenlijk tegen beter weten in, pakt Pepijn het fietsen weer op. Het plezier komt echter niet meer terug en enigszins gedesillusioneerd hangt hij de fiets maar op aan de spreekwoordelijke balken.
Gelukkig blijft Pepijn wel behouden voor OWC. Hij blijft zich met de gang van zaken van OWC bemoeien: zo is hij jaarlijks coördinator bij alles wat komt kijken bij het organiseren van de Ronde van Oldenzaal op het Kalheupinkparcours. En hij verzorgt de website en de sociale media van OWC Oldenzaal. Zijn adagium is dan ook: ‘als je lid bent van een club is het meer dan logisch, dat je ook zo af en toe de handen uit de mouwen steekt ten behoeve van die club.’
Een wielercarrière is dan wel ten einde, maar dat betekent natuurlijk niet het einde van de wereld: Pepijn probeert zijn jongensdroom alsnog na te jagen. En die droom is en was: politieman. Als 6-jarige had hij die wens al geuit. Maar zoals zo vaak gaat het vervullen van een wens met horten en stoten. Zo ook met de wens van Pepijn. Er is een vacaturestop bij de politie, dus dient Pepijn na te denken over hoe nu verder. Hij denkt aan werken met zwaar criminele jeugd, die verblijven in jeugdgevangenissen. Hiervoor moet hij een opleiding doen en dat wordt de opleiding: sociaal pedagogisch medewerker te volgen in Almelo. Pepijn loopt meerdere stages, onder andere bij een school voor moeilijk opvoedbare jeugd. Ook nog bij een locatie van J.P. van de Bent stichting (= verstandelijk gehandicaptenzorg) in Westerhaar. Hier krijgt hij de aanbieding om te gaan werken in Albergen, bij een nieuw te openen locatie van Van de Bent stichting. Het carrièrepad van Pepijn lijkt op rolletjes te gaan, totdat hij toevalligerwijs ( slechts een week nadat hij in Albergen was begonnen) een vacature tegenkomt voor de functie van politieman. Pepijn twijfelt even, maar het bloed kruipt blijkbaar toch waar het niet kan gaan en Pepijn besluit om te solliciteren. Hij wordt aangenomen. Hij moet natuurlijk nog wel naar de politieacademie om het te kunnen gaan schoppen tot hoofdagent. Pepijn komt te werken in het centrum van Enschede. Hij is hier veel op straat en heeft te maken met allerlei horecazaken en drugscriminaliteit. Ook is hij nog een poos actief als jeugdagent, specifiek ten dienste van de jeugd. Vervolgens neemt hij een volgende stap en die houdt in dat hij zich bezig gaat houden met allerlei taken die met de verkeersveiligheid te maken hebben. Dan lonkt op een gegeven moment de functie van motoragent. Dat ziet Pepijn helemaal zitten. Maar ja, nog geen motorrijbewijs, dus dat moet nog even gebeuren tussendoor. Natuurlijk haalt hij zijn rijbewijs en een mooie carrière als motoragent ligt in het verschiet. Hij krijgt volop medewerking van zijn werkgever. Hij moet immers meerdere examens doen een volwaardig functionerend motoragent te kunnen worden. Pepijn slaagt steeds met vlag en wimpel. Aldus creëert hij zo zijn droombaan.
I
nmiddels heeft hij het geschopt tot operationeel commandant en dat houdt in dat hij plaats kan nemen in een begeleidende auto van waaruit meerdere motoragenten worden aangestuurd tijdens een wielerwedstrijd. Pepijn maakt zijn terugtrede in de koers, maar dan in een andere rol. Dit specifieke werk doet zich voor bij wielerkoersen zoals de Ronde van Overijssel, Ronde van de Achterhoek, Eneco Tour, het NK voor profs etc. Als oud-wielrenner voelt Pepijn zich bij dergelijke werkzaamheden natuurlijk als een vis in het water. En het wordt nog mooier als je dan opeens in contact komt met oude fietsmaten zoals Jelle Johannink en te maken krijgt met de ronde arts in naam van Jelle Posthuma, ook een voormalig fietscollega. Pepijn komt oud renners en ploegleiders tegen, in nieuwe/andere rollen in de koers. Hoe mooi kan je werk zijn, beaamt Pepijn. Naast deze werkzaamheden wordt hij als motoragent inmiddels ook ingezet bij grootschalige verkeerscontroles, het begeleiden van Vips en begeleiden van ambulances in geval van grote spoed.
De motor is nu natuurlijk nummer 1, maar toch heeft Pepijn onlangs een nieuwe racefiets aangeschaft; een Giant Propel. Die komt nu op nummer 2. Zo nu en dan fietst hij hiermee rond door Twente, meestal alleen, maar ook regelmatig met vader en een zwager. Pepijn merkt op, dat het fietsplezier is teruggekeerd, maar dan wel op recreatief niveau. No more pressure. En dat bevalt hem prima. Zo zie je maar weer: eenmaal wielrenner, altijd wielrenner.!! Maar ook: I still have found what I’m looking for.”
Theo Sleiderink

