Oldenzaalse Wieler Club

Nieuws

Lange tijd geleden: Benidorm 2019

woensdag 5 juni 2019

In februari is OWC met een groot aantal renners en een aantal partners naar Benidorm geweest om te trainen. Gerard Reuver heeft hier een verslag van gemaakt. Lees het verslag en wordt enthousiast om volgend jaar mee te gaan!
Het verslag ligt al lange tijd 'op de plank'. Het was de bedoeling dit in een volgende nieuwsbrief op te nemen. Voor een nieuwe nieuwsbrief waren onvoldoende items.
Juist voor de wisseling van webmaster(s) plaats ik alsnog het prachtig leesbaar verslag door Gerard Reuver gecomponeerd.

OWC Benidorm 2019

Als "eersteling" kijk ik mijn ogen uit op de dag van vertrek. Precies op tijd zijn de fietsen in de aanhanger. De fiets van Bertus het laatst. Die speciale behandeling heeft hij te danken aan zijn zadel. Die kon niet uit de zitbuis getrokken worden en steekt nu dus uit de doos. In Benidorm rijdt Bertus dus al rondjes voordat anderen de fiets uit de doos hebben. Ons aller Herman heeft gezorgd voor koffie en de fietsinpakkers zijn bezweet en willen wel een kopje koffie.

In Hoensbroek schijnt ook de zon, er is plaats genoeg in de bus en de stemming is prima. Na een blik op Kasteel Hoensbroek komen we in heuvelachtiger gebied. Ik krijg nog niet de kriebels maar moet na Luik toch denken aan Luik Bastenaken Luik. Een aantal keren Tilff-Bastogne-Tilff gereden in mijn jonge jaren. Ook lange stukken omhoog. Kon ik wel maar het ging wel heel traag. Hoe zal dat in Spanje gaan? De schrik zit er nu al in. Ik zie de afslag naar Houfalize, een controlepost in de buurt van Bastogne. Dat was ook zweten, en in Spanje wordt het nog veel erger, of mooier, afhankelijk van de conditie. De dames in de bus die meegaan met een fanatieke fietser weten er alles van. En nog meer dan "alles" want overdrijven kunnen ze, de fietsers. Behalve als ze met schaafwonden en een dikke buil op de kop thuiskomen dan is het niks: "den fietser veur mie veel, heel stom en ik ging der aower hen. Gelukkig mankeert de fiets niks en dee schram’m en den buul op ‘m kop dat geet vanzelf wa oawer". En dan gauw naar de badkamer. Ze hoof nich te zeen dat het ontiegelijk zeer dút. Dan geet het van: "zos nich ’n keer wat rustigen andoon? Wos der ook nich jonger op, de lééftied telt ok met". Dat kan ik missen als kiespijn. Al die mijmeringen moeten we maar achter ons laten. De chauffeur helpt daarbij een handje. Hij vertelt over de steden en het landschap: Dijon met zijn "Cote d'Or" chocolade, Metz met de mooie kathedraal, Languedoc met de kazen en wel 140 soorten camembert en met stokbrood is het een lekkernij. In Nancy de 2e stop. Er wordt goed gegeten want we gaan de nacht in. Om half 7 vertrek en na een tiental km. valt de duisternis in. De zon gaat rood onder en er is een heldere maan. Sprookjesachtige rit met al die rode en witten lampen van de auto’s voor en achter ons. De film "bewitched" wakkert het aan. De bus "tussen de lijnen houden" gaat tijdens deze rit prima. De chauffeur vertelt me dat ze met wind en regen hun uiterste best moeten doen. Gelukkig gaat het nu, ook met de aanhanger erbij, prima. Hierna een korte stop bij de Spaanse grens (6.30 uur). De zon gaat op, iedereen wordt wakker. Benidorm komt snel naderbij en daarbij ook het avontuur met het landschap ten noorden van Benidorm. Hoe zal dat gaan. Hebben we ons goed voorbereid? Gerrit Mensink en Harrie Klieverik lopen door de bus en als goede begeleiders willen ze weten hoe iedereen zich na zo’n nacht voelt. En dat het binnenkort "gaat gebeuren". Good veurbereid is het belangrijkste, zegt Gerrit. Om 10 uur 2e stop in Spanje, het is zaterdag. Nog 150 km. naar Benidorm. Vanaf Salau een Spaanse chauffeur. De Nederlandse heeft alle tijd om over de omgeving iets te zeggen en een mop te vertellen. Kennen jullie die mop van de drie katten? En hij heeft de neiging verkleinwoorden te gebruiken: centjes, closetpotjes e.d. Dat laatste begrijp ik pas als ik de hotelbadkamer binnenloop. Inderdaad: closetpotjes.

Het gaat in de bus ook over de voorbereiding die genomen zijn om goed voor de dag te komen in de bergen. "Al moan’n len’n zag ik dat ik dichtgreuj’n. Ik mót oppassen dat ik nich boam de 100 kóm. (kilo dus)" zegt Gerrit. Veurig jaor was ik altid als letste boam ("wa as een van de eersten benee’n, dat wa"). Dat mot aans heb ik dacht. Sinds dee tied et ik aans. Ik nem 2 plakken roggebrood, doo mie ’n ei in de pan en nem ook vúl gruunte en fruit. Tuffel han’n ze veur mie nich oet hoom’m te vinn. Kiek mer es good wel de veur oe steet; een slanke man, of nich dan. Zeker gin 100 (kilo, dus) en ik veul mie ók heel wat better". Harrie Olde Keizer maakt zich zorgen over zijn knieën. Toch te vaak met groot verzet gereden? Het schaatsen ging dit seizoen ook al niet zo goed. Toch een kleiner verzet, Harrie? Ooit zei een OWC’er bij de opmerking "tandje erbij jongen", al hijgende "Wat mij betreft mag het wel een heel gebit zijn". De vrouw van Harrie Olde Keizer, Herma kan hem nu "tot de orde roepen". Ze is de enig fietsvrouw van de OWC. En fietsen kan ze! Met Harrie een niet al te lange, maar goede voorbereiding gehad. Ze traint bij een loopgroep, conditie heeft ze. Johan en Freek praten al over de eerste tocht die ze met een groepje willen maken. "dat is dan 93 km." zegt Johan. Die "Benidormrotten" weten precies waar ze over praten en ik weet van niks. Namen als Altea, Calp, Coll de Rates enz. zeggen me niks. Als ik het woord Coll hoor krijg ik het al benauwd. Had ik me beter moeten voorbereiden? Maar ja, ik zat de afgelopen weken op de fiets en niet binnen, de kaart van Spanje te bestuderen. Om de andere dag ging ik naar de OWC baan, de Tankenberg, Siemertsweg, rondje Denekamp, de Lutte, Hannofweg. En zeker zo belangrijk: de fiets. Jan van Langen heeft mijn fiets nagekeken: "daor kas de bar’ng nich met in. Alles neij, alleen het frame nich", zegt Jan, na een korte inspectie (vork, zadel en stuur, kettingbladen en derailleurs mochten blijven, dat wel).

We waren op tijd voor de lunch op zaterdag. "Gebruik wel zonnebrandcrème dan word je net zo mooi bruin als Hans Damveld, koop flessenwater en laat je masseren al dat nodig is" wordt ons nog op het hart gedrukt. En daarna fietsen over het fietspad in het midden van de straat tussen al die hoge flats, is een belevenis. Het duurt even voordat we de flats achter ons laten, en dan rijden we over de autoweg. Een fietspad, zoals in Nederland is er niet maar de auto’s houden prima rekening met de grote groepen racefietsers. In de loop der jaren zijn er meer fietsstroken bij gekomen. Met groepen van 10 en meer renners moet de automobilist goed rekening houden. Ik krijg er grote bewondering voor. Vanaf Altea terug langs de kust (45 km). Prachtig weer, en een mooie Middellandse zee.

De dames brengen op zondag een bezoek aan Benidorm met de chauffeurs als wegwijzer. In een lange rij gaan de fietsers door Benidorm. Buiten Benidorm wordt de rij korter. Ik heb het niet in de gaten want ik rij aan het begin en kan het nog redelijk bijhouden. Hans Damveld en enkele anderen rijden voorop, die moet ik lossen. Maar bij het fonteintje in La Nucia komen we bij elkaar. Freek ontfermt zich hier over twee dames (uit de Achterhoek) en neemt een andere weg. De rit naar de Col de Rates zien ze (nog) niet zitten. Het is een weg die je op eigen kracht moet nemen. En dan kun je ook goed van de omgeving genieten. De bomen krijgen al bloesems, witte, en de amandelbomen mooie paarse. Deze week zullen we dat nog veel meer zien. Ik zit geregeld in het wiel van Gerard Grote Punt en probeer niet te lossen. Ook Henk Nijhof is mee. Ik geniet van de natuur, de bergen de boerderijen en zelfs van het verkeer dat heel voorkomend is, ook op deze slingerweg. Auto’s passeren je niet als het niet kan, ook al rijden ze enkele minuten achter je. Precies om 12 uur hoor ik de kerkklokken van een kerk ergens verder op in het witte dorpje op de andere bergtop. Heel romantisch, dat wel. De honden van de boerderijen maken me weer "wakker". Tussen de bomen door zie ik Gerard voor mij fietsen, een aantal bochten verderop Gerrit. Gerrit maakt het waar, hij is niet de laatste. Dat ben ik. Of toch niet? Nee, Martin is dat. Hans komt af en toe informeren hoe het met de "achterblijvers" gaat. De koffie en het gebak in het witte dorpje vergeet ik nooit meer en ook de saamhorigheid niet. Nu op naar de Col de Rates. Er zijn veel echte wielrenners onderweg. In groepjes rijden ze me voorbij! Het zijn serieuze jongelui die het fietsen als hun beroep zien (denk ik). Het gaat ook zo soepel. Ook een stel jonge dames uit Noorwegen rijdt me voorbij. Alsof het niets kost zo gemakkelijk lijkt het. Even later een meisje, zelfde tenue, maar alleen. Moest ze lossen? Voor het eerst met de groep mee? Mijmeringen. Ook over de renners die naar beneden suizen. Gaat dat altijd goed? Ik zie er nooit een vallen en ze gaan zo soepel door de bocht. Ook de OWC’ers. Alleen Rob Hilgenberg is onderuitgegaan een aantal dagen later. Jukbeen beschadigd, en de heup. Dat laatste is het pijnlijkst. Hij weet ook niet hoe hem dat overkomen is. "Nog nooit in Benidorm gevallen en ineens lig ik op het asfalt". Voorrem gebruikt? vraag ik. Lag er iets op het asfalt? Keek je even naar iets anders dan de weg? "Ik weet het echt niet". Van onze elite-belofte heren zie ik niemand rijden. Alleen stilstaan, bij vertrek. Lars zat in de bus. En maar bananen eten. "ach, zegt hij, wij hebben ongeveer een gemiddelde van 26 km." Ik weet niet of je daarmee prof kunt worden.

Op de Col de Rates zie ik de omgeving, die verbijsterend mooi is. Blijven kijken. Straks dezelfde weg maar dan naar beneden. Dan zie je alleen maar asfalt, de afgrond en blokken beton. Ergens in deze week leer ik van Gerrit Mensink hoe je moet dalen. "Doe mos d’er veur zorgen dat de fiets zo zwaor möggelijk het asfalt raakt. Dat dös met’n voot dee zo dicht mögelijk bie het asfalt is. En dan good en zo hard möggelijk druk’n. De band wod dan teng ’t asfalt drukt en dan hef e de meeste grip." De theorie snap ik, uitvoeren is wat anders.  Hans, Gerrit, Gerard, Sjors, Harrie Henk en Martin gaan als een speer. Martin ook. In heuvelachtig terrein haalt hij me steeds in als we dalen. Frustrerend. Zal wel meer lef hebben. In de buurt van Calp, aan de kust, zijn we weer op vlakker terrein. We verzamelen ons en dan is het via de 3 tunnels met het verkeer mee naar Benidorm. Nog net op tijd voor het diner van 3 uur. s‘Avonds vertelt Sjors dat hij na het eten nog naar de Quadelest geweest is. Jazeker, op de fiets, en ook veel klimmen. Hij heeft zich dan ook uitstekend voorbereid. In december en januari op de mountainbike en bij droog weer op de racefiets. Elke dag. ‘s Morgens en s ’middags zo’n 40 km. Ik verklaarde hem voor gek, toen hij dat vertelde op de bijeenkomst in het clubgebouw. "B’is wa good wies, straks bis auwertraind". Een taaie rakker. Klein van stuk, geen gram te veel, erg lenig (een handstand tegen de muur en ook los is geen probleem voor hem). Niet te vergelijken met mijn trainingsschema. Hij kan dan ook de hele week mee met dit toch wel snelle groepje.

Maandag vertrekken drie groepen richting Calp. In Altea, een stadje waar we door komen wordt veel gebouwd. Nieuwe flats, modern. Steekt Altea Benidorm naar de kroon? De meeste groepjes gaan vrij snel de bergen in. Ons groepje blijft richting Moraira fietsen. Langs de kust. We zien veel terrasbouw, bouwboeren zo te zien. Bomen met paarse en witten bloesems. Een prachtig gezicht. De hellingen zijn niet zo moeilijk. We wachten op elkaar. Dat is een goede gewoonte. De laatst aangekomene krijgt echter niet de rust zoals de eersten en ook niet de tijd om van het uitzicht te genieten. We gaan het binnenland in en komen toevallig een echt fietscafé tegen, "VELOSOL", in Xalo. Bestellen is geen probleem want het wordt gerund door een Belgische familie. Koffie en gebak natuurlijk. Twee binnenbanden koopt Paul er ook (hij heeft n.l. een voor- én achterwiel!). Tot nu ging alles goed. Maar: we waren al gewaarschuwd door Freek en Johan: mobieltjes zijn slechte raadgevers voor het bepalen van de route. En zeker twee in een groep. Bertus had genoeg van het "loeren" op dat "ding". Maarten gaat dus terug naar de kust en Paul en ik nemen een kortere weg naar Benidorm ,volgens zijn mobiel. Deze weg gaat meer de bergen in waar Maarten tegen op zag. Het was prachtig asfalt, witte betonblokken langs de weg en een helder zicht op Calp. Af en toe steile hellingen (14 % tot 20%). Tot een chauffeuse ons de ogen opende: "ga terug, zo kom je niet in Benidorm" gebaarde ze. Terug dus zodat we bij Calp weer op de route kwamen, richting Benidorm. Die weg kennen we en we komen bij donker in Benidorm aan. Heel vervelend voor de mensen daar die zich ongerust maakten.


Dinsdag: fotosessie. Mooie groepsfoto, maar de stuntrijder moet nog wel even les nemen bij Sagan!
 
Daarna ging de groep van Harrie Olde Keizer ten westen van Benidorm om daar "de bergen te verkennen". Paul en ik waren te laat (ik denk 1 min.) Maar we konden ze niet meer achterhalen. Wel geprobeerd, maar we hadden geen kaart. Via twee Zwitserse echtparen een kaart bemachtigd en geprint door de restauranthouder. Paul zag het echter niet meer zo zitten. Finestrat was hem te ver. Wel twee dorpjes bezocht. Steile hellingen richting kerk. Toch nog klimwerk. En daarna richting Benidorm. En als je de weg naar het hotel niet kent ben je zo een uur verder. Achteraf bleek dat Paul zich niet zo goed voelde en is daarna in bed gekropen. De dames gingen met de trein naar la Villa Joyos



En, jawel, lopend terug. Een heftige wandeling van deze 5 dames. Ze dachten 10 km. maar het was zeker 20. Met een stuk langs de kust wat toch wel heel anders lopen is dan bij een zandstrand in Nederland. Roelie Grote Punt die niet mee was, reageert op deze prestatie: "top, goed gedaan dames". De groep van Harrie gaat langs 'het geitenpaadje' (bekend bij de echte Benidormgangers) en het meer verder de bergen in. Via Relieu en Finistrat terug naar Benidorm. Henk Nijhof, gisteren nog bij een voor hem te snelle groep kan maar één ding zeggen toen hij terug was: "alsof ik van de hel in de hemel kwam zo fijn heb ik gereden". Helaas fietst hij niet de week uit, maar vertrekt met het vliegtuig naar Nederland. De groep van Hans zit ook in deze buurt. Ze nemen zoals altijd een koffie met wat erbij. Stappen dan weer op de fiets. Totdat Gerrit, na de afdaling en weer een klim plotseling schreeuwt: "stop, stop." "Wat noe" zegt er een. "Mos plassen?" "Kiek mie es good an" zegt Gerrit. "zeej niks?" niemand ziet wat er aan de hand is. "Ik heb de ôogn in ’n kop en dus kan ik nich zeen dat ik geen helm op heb. Jullie wa en omdat ie mie nich hebt waaschouwd mot één van jullie den helm meer ophaal’n." .......?????? "geintje. Meer wocht wa op mie".

De elite belofte groep zit ook geregeld in deze contreien. Ik ken ze alleen van de Benidorm apps. Hier kom ik ze niet tegen. Van Theo Sleiderink hoor ik dat hij met de gevorderden mee gaat. Boven langs de Serra de Altana en zuidwaarts richting Sello terug naar Benidorm. En natuurlijk ook naar de Guadalest. De dames zijn met de bus naar Castell de Guadalest. Een bijzonder dorpje, op een bergtop, met een mooi uitzicht. Het meer waar je op uit keek was zo goed als uitgedroogd. Twee dagen later komt de groep van Harrie Olde Keizer en Herma onderaan de bergpunt, in El Castle. En wij hebben uitzicht op koffie en een lekker stuk gebak. Johan vertelt me dat de dames daarboven geweest zijn, in dat dorpje. Zo langzamerhand krijg ik wat grip op het bergland ten noorden van Benidorm. De streek is mooi. Ook weer met de terrassen de gele bloesems en de paarse bloesems van de amandelbomen. In Alcolesja weer koffie met ook weer brood met ei. Is ook wel nodig na de beklimming. "Je klimt zolang je boven bent" zou Henk zeggen. Herma kan het brood nauwelijks op, zo groot. Harrie komt geregeld naar de laatste fietsers toe. Vragen hoe het gaat, foto’s en filmpjes maken. Dat gaat hem zo gemakkelijk af. Ik durf nauwelijks mijn stuur los te laten. Er rijden veel bekende groepen. Astana b.v. Bij een afdaling proberen enkele OWC’ers zo’n groep bij te houden, is mij verteld. Maar ja "je ziet het pas als je het voor je ziet. Niet waar"? Nu dalen tot Sella, met af en toe een kleine klim tot Benidorm.

Woensdag: busreis 'Visita Valencia'. Sjan heeft een aardige prijs bedongen bij buschauffeurs. Hulde daarvoor. Losgelaten in Valencia spoedt iedereen zich naar een plek op het plein om een lekkere kop koffie te bestellen. Groepjes gaan hun weg b.v. naar de wereldberoemde bouwwerken drie km. verderop. Paula is de gids, heeft het eerder bezocht. Zeer bijzondere moderne bouwwerken. We nemen hiervoor de tijd en kijken er vol bewondering naar. Totaal anders dan de Sagrada Familia in Barcelona. Bouwen kunnen die Spanjaarden wel. Dan is er nog een San Nicolás kerk, een keramiek museum enz. De pleintjes worden weer in bezit genomen.

De volgende dagen zijn echte fietsdagen. Met de groep van Harrie Olde Keizer komt ik nog een keer op de Col de Rates. Bij het restaurantje krijgt Harrie nog mot met een grote bruine Nederlander. (zeker zo bruin). Harrie’s fiets staan n.l. in de weg. Het is een schreeuwer en moet zo nodig zeggen dat hij al 80 jaar is. Hij maakt boksbewegingen naar Harrie toe. Zijn maten komen wat later en hij houdt zich koest. We gaan naar de Coll en daarna aan de andere kant richting Calp, en terug naar Benidorm.

Mario ken ik nog niet. De laatste avond eens kijken. Meestal blijven we in het hotel. Beneden wat kletsen, kijken naar het dansen. Ik dans met Carla (die elke dag danst). Het is dansen op de vierkante meter. Mario zit vol met OWC’ers, in een grote kring en horen en zien vergaat je. Maarten en zijn vriendin komen als laatste binnen. Hij gaat op de stoel, midden in de kring zitten. Zo is hij, in de belangstelling en ook nog omgekeerd op de stoel. Hij pakt de leuning en hij leek net Antoon op ’n bok. Dat is wat anders dan het gedol van de Spanjaarden met hun stieren. Als daar een stier op de Matador aankomt stuiven gaan ze snel achter een houten schot staan. Nee, dan onze Anton. Die zit boven op de ziegebok en die bok heeft ook vervaarlijke horens. Dat moeten we Mario eens laten zien en hoe dat er in Nederland toegaat. Volgend jaar gaan we een voorstelling geven, met de Ziegebok, zadel, boeskoolblad, helm, bonenstok, vösken grös, worstepin en sükkertoet’n onde’n snoet’n enz. bij de hand.

De terugreis ging vlot. Buiten mooi weer maar binnen werd er veel gehoest, en niet zo zuinig ook. De griep greep om zich heen en een aantal hadden er een aantal weken later nog last van.

Gerard Reuver

(de tekst als pdf)